LET OP: DIT IS EEN VERTALING VAN DE ENGELSE VERSIE VAN DE FAQ

Klik hier voor de Engelse versie of Franse versie

In 2006 charterde Trafigura de tanker Probo Koala voor het vervoer van olieproducten. De tanker moest restafval of 'slops' laten verwerken. Deze slops werden in het bijzijn van Ivoriaanse ambtenaren afgegeven bij een erkend verwerkingsbedrijf in Abidjan maar dit bedrijf dumpte het afval op roekeloze wijze op 17 of 18 locaties in de stad. Dit leidde tot de gebeurtenissen die bekend staan als 'de Probo Koala zaak' en tot meer dan 10 jaar juridische claims, deskundigenrapporten en berichten in de media.

Hier volgen de feiten in 13 vragen en antwoorden (Q&A's) met verwijzingen naar de relevante documentatie.

LAATSTE ONTWIKKELINGEN IN DE PROBO KOALA-ZAAK
  • 14 April 2020: Het Nederlandse Hof doet  uitspraak in de voorfase van de procedure van de Stichting VDTCI
    Zie vraag 13 hieronder. HOE LUIDDE DE UITSPRAAK VAN HET HOF IN DE VOOR FASE VAN DE PROCEDURE VAN DE STICHTING VDTCI IN NEDERLAND?
  • 30 November 2016: De rechtbank Amsterdam wijst de door Stichting UVDTAB ingediende vordering af
    Zie hieronder: 11. WAT HOUDT DE BESLISSING TEGEN UVDTAB IN?
  • 6 December 2016: Ramboll Environ publiceert haar rapport over mogelijke resterende verontreiniging vanwege de slops in Abidjan. Zie hieronder: 12. IS ER SPRAKE VAN ENIGE RESTERENDE VERONTREINIGING VANWEGE DE PROBO KOALA-SLOPS IN ABIDJAN?

De Probo Koala zaak in 13 vragen

1. WAT IS ER GEBEURD?

In 2006 charterde Trafigura de tanker Probo Koala om 84.989 ton coker nafta, een benzinemengsel, te transporteren. Na het aan boord uitvoeren van een raffinageproces (‘caustic washing’), het zogenaamde ‘Merox-proces’, diende het schip een kleine hoeveelheid restafval uit het proces (genaamd ‘slops’) te laten verwerken. Het afvoeren en verwerken van slops en afvalmaterialen van schepen, waaronder supertankers en productentankers, is een alledaags verschijnsel dat zich overal ter wereld voltrekt.

Op 2 juli 2006 probeerde Trafigura het afval te laten verwerken in Amsterdam, maar uiteindelijk ging zij niet akkoord met de gewijzigde prijs die het aangezochte bedrijf, APS, hiervoor vroeg. Na een mislukte poging in Lagos (Nigeria), nam Trafigura contact op met een ervaren havenagent, WAIBS, in Abidjan (Ivoorkust) om daar een erkend bedrijf te vinden. WAIBS beval Compagnie Tommy aan, een destijds recentelijk vergund lokaal bedrijf. De afgifte van de slops aan Compagnie Tommy werd uitgevoerd met de toestemming van de havenautoriteiten en in aanwezigheid van zowel de politie als douaneambtenaren.

Op 19 augustus 2006 dumpte Compagnie Tommy 528 m³ slops op 17 of 18 locaties in Abidjan, waarmee zij haar verplichtingen op flagrante wijze schond. Vanaf 21 augustus 2006 begonnen lokale bewoners te klagen over vreselijke stank en vanaf 5 september, ingegeven door een aankondiging van een overheidsfunctionaris dat ziekenhuisopname gratis was, brachten tienduizenden bewoners een bezoek aan plaatselijke ziekenhuizen. Al snel werd beweerd dat de slops ernstige gezondheidsproblemen hadden veroorzaakt.

Deze zaak is aanhangig gemaakt bij een aantal civiele en strafrechtelijke rechtbanken, hoofdzakelijk in Ivoorkust, het Verenigd Koninkrijk en Nederland. Er zijn uitspraken gedaan en schikkingen getroffen. Zo betaalde Trafigura USD 198 miljoen aan de regering van Ivoorkust om de volledige sanering te financieren en de Ivoriaanse regering en de slachtoffers te compenseren; betaalde zij in Nederland EUR 1,3 miljoen; en betaalde zij GBP 30 miljoen om vorderingen af te wikkelen van 29.614 door advocatenkantoor Leigh Day & Co in het Verenigd Koninkrijk vertegenwoordigde claimanten. Een deel van het te verdelen geld dat aan Leigh Day&Co is betaald heeft nooit de beoogde begunstigden bereikt.

Sommige belanghebbenden blijven zeggen dat de gebeurtenissen en de gevolgen ervan niet volledig zijn onderzocht en dat de rol van Trafigura onduidelijk blijft.

Op respectievelijk 16 februari 2015 en 11 januari 2016 hebben twee Nederlandse claimorganisatie (“Stichtingen”), die elk meer dan 100.000 Ivoriaanse claimanten zouden vertegenwoordigen, nieuwe aansprakelijkheidsclaims ingediend bij de rechtbank te Amsterdam.

Documenten:

De reis van de Probo Koala

Trafigura en de Probo Koala

2. WAT WAS DE PRECIEZE SAMENSTELLING VAN DE SLOPS, HET ZOGENAAMDE 'GIFTIGE AFVAL'?

De slops ontstonden nadat de Probo Koala aan boord een raffinageproces (‘caustic washing’) uitvoerde, deels om de hoeveelheid mercaptanen, die een onprettige zwavelgeur afgaven, te verlagen.

Documenten:

Het ontwerp van de Probo Koala

Het klassecertificaat van de Probo Koala

Interne e-mails gepubliceerd door The Guardian, september 2009

CIAPOL-analyses, 22 augustus 2006

Conceptversie Minton-rapport, 14 September 2006

Publiekeverklaring van Minton over conceptversie Minton-rapport, September 2006

Invitation letter from Trafigura to The Rt Hon Lord Fraser of Carmyllie QC INCL Response

Trafigura Appoints Lord Fraser of Carmyllie to Conduct Enquiry 6 November 2006

First Interim Report by Lord Fraser of Carmyllie QC - PROBOKOALA REPORT 01

Second Interim Report of Lord Fraser of Carmyllie QC - PROBO KOALA REPORT 02

Evening Standard, Joshua Rozenberg, 28 oktober 2008

De beste beschikbare beschrijving van de kenmerken van de slops staat in het rapport van het Nederland Forensisch Instituut (NFI) (zie § 4.2 pagina 13), hoewel dit is gebaseerd op tests die zijn uitgevoerd in Amsterdam in juli 2006, zes weken voor de storting. Het rapport is opgesteld in opdracht van het Nederlandse Ministerie van Justitie en op 29 januari 2007 gepubliceerd. Het rapport is openbaar in te zien en online beschikbaar.

De kwantitatieve en kwalitatieve gegevens van het NFI komen overeen met de analyse van de monsters die in september 2006 van de stortingslocaties zijn genomen door de Franse civiele veiligheidsdiensten, COGIC en BRGM. Deze werden vervolgens bevestigd door de analyses die in 2007 door BURGEAP werden uitgevoerd en vervolgens door WSP in het begin van 2009.

Documenten:

NFI-rapport, 29 januari 2007

Rapport van de Franse civiele veiligheidsdiensten, 9 september 2006 en het rapport van BRGM, 12 september 2006

BURGEAP-rapporten Fase 1, 7 juni 2007

BURGEAP-rapporten Fase 2, 20 maart 2008

Samenvattend rapport WSP, juli 2009

Verklaring van Trafigura over de samenstelling van de slops, 24 augustus 2016

3. WAREN DE SLOPS DAADWERKELIJK ‘GIFTIG’?

Op 13 september 2006 verklaarde het VN-team voor Evaluatie en Coördinatie bij Rampen (UNDAC), dat net als veel andere internationale organisaties was uitgezonden naar Abidjan: ‘de concentraties van de betreffende verbindingen in de lucht zijn laag en er zijn verder geen nadelige gezondheidseffecten te verwachten. De chemicaliën, met name de mercaptanen, hebben echter een sterke geur bij lage concentraties [...] Dit wekt mogelijk een onjuiste indruk van toxiciteit’. Op 12 september 2006 had het Franse COGIC al ingeschat dat 'het niet langer een giftige bedreiging is, maar een informatieprobleem over het inzicht van de bevolking in de gebeurtenissen’.

Toch heeft de beweerdelijke aanwezigheid van waterstofsulfidegas (H2S) geleid tot bezorgdheid - gevoed door alarmerende berichtgeving door met name de BBC en het stijgende aantal medische consulten in Abidjan (108.000 in totaal). Vorderingen met betrekking tot de aanwezigheid van H2S werden later uitgesloten op basis van het rapport van het NFI, waaruit volgde dat de slops een pH-waarde van 14 hadden – oftewel een extreem alkalische waarde. Er is geen bewijs waaruit blijkt dat de omstandigheden op stortingslocaties in Abidjan zuur genoeg waren om een verandering in de slops teweeg te brengen waardoor de slops waterstofsulfidegas zouden genereren.

De toxiciteit van de slops werd in 2009 in de gerechtelijke procedure in het Verenigd Koninkrijk onderzocht. De 20 aangewezen onafhankelijke experts concludeerden dat zij ‘niet in staat waren een verbinding te leggen tussen blootstelling aan uit de slops vrijgekomen chemicaliën en sterfgevallen, miskramen, doodgeborenen, aangeboren afwijkingen, verlies van de gezichtsscherpte en andere ernstige en chronische klachten’. Noch de sterfgevallen, noch de miskramen en noch de ernstige ziekten konden zijn veroorzaakt door de slops. Ook huidproblemen konden niet zijn veroorzaakt of verergerd door enig mogelijk contact met de slops.

Aan de hand van de gedetailleerde analyses die door deskundigen van beide partijen in de gerechtelijke procedure in het Verenigd Koninkrijk zijn uitgevoerd, hebben de advocaten van de claimanten in het openbaar toegegeven dat zij met Trafigura eens waren dat ‘de slops op zijn hoogst een scala aan kortdurende, lichte griepachtige symptomen en angst kunnen hebben veroorzaakt’. Deze verklaring werd ook volledig onderschreven door de voorzitter van de rechtbank, de edelachtbare rechter MacDuff. De deskundigenrapporten zijn vertrouwelijk van aard en vallen onder de geheimhoudingsplicht.

Noch de strafzaak in Ivoorkust, noch de in Nederland verrichte onderzoeken resulteerden in een onafhankelijk en openbaar alles omvattend toxicologisch onderzoek.

Overigens hebben de bemanning van de Probo Koala, de aanwezigen of direct betrokkenen bij de afvoer van de slops (de havenautoriteiten, tankerchauffeurs en douanepersoneel) nooit enige nadelige effecten gemeld, ondanks het feit dat zij zich in de directe nabijheid van het materiaal bevonden.

Documenten:

Rapport van de Franse civiele veiligheidsdiensten, 9 september 2006 en het rapport van BRGM, 12 september 2006

UNDAC-rapport, 13 september 2006

Volledige correspondentie met Amnesty International en ICAR

Volledige correspondentie met de speciale VN-rapporteur

Overeengekomen gezamenlijke verklaring, 19 september 2009

Uittreksel van de verklaringen van edelachtbare MacDuff, 23 september 2009

Officiële letterlijke weergave van hetgeen gezegd is tijdens de zitting onder leiding van rechter MacDuff, 23 september 2009

Getuigenverklaring van het NFI tijdens de strafzaak in Amsterdam, 21 september 2009

Minton-verklaring met betrekking tot H2S, 21 juni 2010

Weerlegging van Trafigura in de zaak van de BBC, 20 november 2009

Persbericht van Trafigura met betrekking tot de overeenkomst met de BBC, 17 december 2009

Uitzending van het excuus van de BBC, 17 december 2009

Verklaring van de BBC in de openbare rechtszitting, 17 december 2009

Rectificaties in de media en het excuus van The Guardian, 6 mei 2010

Rectificaties door Times, BBC, Independent, Times Online, Guardian, Economist

Het Gifschip, Jaffe Vink, Oktober 2011

4. ZIJN DE ‘STORTINGSLOCATIES’ VOLLEDIG GESANEERD?

Op 17 september 2006 kreeg het bedrijf Trédi, een Frans milieusaneringsbedrijf, opdracht van de regering van Ivoorkust. In totaal verwijderde Trédi 9.300 ton vloeistoffen, modder en aarde (17,6 maal het volume van de slops) van de stortingslocaties, dat zij verscheepte om te laten verbranden. De interim-rapporten zijn beschikbaar op www.dechetstoxiques.gouv.ci. In oktober 2007 gaf de regering het bedrijf Biogénie de opdracht de sanering af te ronden.

Noch de monsters genomen op verzoek van de Ivoriaanse regering en Trafigura door BURGEAP in juli 2007, noch de onderzoeken die in 2009 door WSP zijn uitgevoerd, toonden ook maar enige aanwezigheid van restverbindingen op de stortingslocaties die afkomstig zouden kunnen zijn geweest uit slops die zijn achtergebleven na het saneringsproces.

Echter, na monsters te hebben genomen op controlelocaties in Abidjan (waar geen slops zijn gestort) heeft WSP in 2009 bewijs gevonden van in het algemeen verslechterde milieuomstandigheden die in de loop van een aantal jaren zijn ontstaan en naar alle waarschijnlijkheid de gezondheid van de plaatselijke bevolking beïnvloeden. Zoals uitgelegd in de post-conflict milieubeoordeling van UNEP in juli 2013, heeft de electorale crisis van 2010-2011 ‘geresulteerd in een scala van milieuproblemen, waaronder watervervuiling, onjuiste afvoer van gevaarlijk en stedelijk afval en ernstige aantasting van de grond’. De stortingslocatie van Akouédo, de belangrijkste stortingslocatie in 2006, is nog steeds de primaire bestemming voor afval dat in Abidjan wordt ingezameld, waaronder huishoudelijk maar ook medisch en industrieel chemisch afval. Dat is deze stortingslocatie al sinds 1965.

Op 7 november 2015 maakte de Ivoriaanse Minister voor Milieu bekend ‘dat alle stortingslocaties waren gesaneerd’ en dat de resultaten van deze werkzaamheden, die werden uitgevoerd door Biogénie, zijn gecontroleerd en bevestigd door de Ivoriaanse overheidsinstanties BNETD en CIAPOL.

Aangenomen wordt dat, hoewel deze plaatsen over een lange periode verontreinigd kunnen zijn geraakt, er geen aanhoudende verontreiniging is vanwege de slops en er dus geen langetermijneffecten als gevolg van langdurige blootstelling kunnen worden verwacht.

Documenten:

De website met informatie van de Cellule présidentielle, september 2006 - september 2007

BURGEAP-rapporten Fase 1, 7 juni 2007

BURGEAP-rapporten Fase 2, 20 maart 2008

Samenvattend rapport WSP, juli 2009

Post-conflict milieubeoordeling van UNEP, juli 2015 (Summary)

Post-conflict milieubeoordeling van UNEP, juli 2015 (Full version)

Verklaring van een groep speciale VN-rapporteurs, 17 augustus 2016

Perspublicaties over de voltooiing van de sanering, november 2015

5. WIE IS AANSPRAKELIJK VOOR DIT INCIDENT?

Nadat de onderzoeksrechter wegens gebrek aan bewijs alle strafrechtelijke aanklachten tegen de leidinggevenden van Trafigura en de Ivoriaanse ambtenaren seponeerde, veroordeelde de Ivoriaanse rechter de leidinggevenden van WAIB en Compagnie Tommy op 22 oktober 2008 voor vergiftiging en overtreding van Ivoriaanse milieuregels.

Documenten:

Officiële bekendmaking van de president van de republiek Ivoorkust met betrekking tot de schikking, 14 juni 2007

Officiële bekendmaking van de president van de republiek Ivoorkust met betrekking tot de schikking, 21 juni 2007

In de schikking met Leigh Day & Co in het Verenigd Koninkrijk op 19 september 2009 bood Trafigura aan om GBP950 per claimant – in totaal GBP30 miljoen, exclusief de door de advocaten gevorderde proceskosten – te betalen, daarbij benadrukkend dat dit geen erkenning van aansprakelijkheid inhoudt.

Een jaar later, op 10 mei 2010, werd bekend dat Leigh Day & Co in verband met de schikking van de Engelse collectieve actie van september 2009 een rekening had ingediend bij de rechtbank voor haar proceskosten ter waarde van GBP105 miljoen. Daarmee was deze kostenclaim de hoogste in zijn soort voor letselschadeprocedures of collectieve acties in de rechtsgeschiedenis tot dan toe. Trafigura heeft een voorschot van GBP30 miljoen betaald en een eindbedrag dat aan geheimhouding is onderworpen.

Documenten:

Eerste persbericht van Martyn Day, 9 november 2006

Overeengekomen gezamenlijke verklaring, 19 september 2009

Uittreksel van de verklaringen van edelachtbare MacDuff, 23 september 2009

Officiële letterlijke weergave van hetgeen gezegd is tijdens de zitting onder leiding van rechter MacDuff, 23 september 2009

Verklaring over de door Leigh Day ingediende rekening, 10 mei 2010

Op 23 juli 2010, werd Trafigura door de Nederlandse rechter een boete van EUR 1 miljoen opgelegd wegens overtredingen van de voorschriften voor het vervoer van gevaarlijk afval, met name de Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen (259/93/EG), het MARPOL-verdrag en de EU Richtlijn betreffende Havenontvangstvoorzieningen. Alle hoger beroepszaken werden ingetrokken nadat op 16 november 2012 een schikking werd bereikt met het Nederlandse Openbaar Ministerie. De uitspraak betrof een technische overtreding van de voorschriften voor de export vanuit de Europese Unie en niet de gebeurtenissen in Ivoorkust.

Documenten:

Vonnis waartegen Trafigura in beroep is gegaan, 23 juli 2010

Verklaring van de Nederlandse openbare aanklager, 16 november 2012

Verklaring van Trafigura met betrekking tot de schikking, 16 november 2012

Gezien de bereikte schikking met de Republiek Ivoorkust op 13 februari 2007, waarin de regering zich ertoe verbond alle slachtoffers te compenseren, heeft het Ivoriaanse Cour Suprême in een gezamenlijke zitting op 23 juli 2014 besloten dat de schikking bindend is en dat bijgevolg alle vorderingen met betrekking tot de gebeurtenissen ingediend dienen te worden tegen de staat en niet tegen Trafigura.

Trafigura blijft bij haar standpunt dat zij niet aansprakelijk is voor de gebeurtenissen en dat zij compensatie heeft geboden met inachtneming van wat zij meent haar verantwoordelijkheid te zijn jegens de regio en haar inwoners. Het bedrijf stelt dat zij alle zorgvuldigheidprocessen heeft gevolgd en heeft voldaan aan alle geldende regels en dat zij de laakbare handelingen van Compagnie Tommy niet heeft kunnen voorzien.

Documenten:

Correspondentie met Compagnie Tommy

Tommy De Slopping certificate signed by the authorities

Onjuiste verklaring over Tommy, 1 september 2011

Rapport van de Commission nationale d’enquête sur les déchets toxiques, 22 november 2006

Gerechtelijke bevelen, hof van beroep van Abidjan, Yameogo Hado e.a. versus Trafigura 12 december 2012

Cour Suprême van de Republiek Ivoorkust in verenigde vergadering, Yameogo Hado e.a. versus Trafigura, 23 juli 2014

6. IS DE ROL VAN TRAFIGURA IN DIT INCIDENT ONDERWORPEN AAN GERECHTELIJK ONDERZOEK?

Trafigura’s rol is onderzocht door meerdere civiele en strafrechtelijke rechtbanken en in vonnissen in meerdere jurisdicties.

Met name:

In 2006 hebben de Ivoriaanse president en de Ivoriaanse premier gerechtsdienaars aangesteld om binnen en buiten het nationale grondgebied de verantwoordelijkheden van de verschillende spelers in de keten van de besluitvorming in Ivoorkust te onderzoeken. Hun rapporten vormden onderdeel van de in Ivoorkust aanhangige strafzaak.

Documenten:

Rapport van de Commission nationale d’enquête sur les déchets toxiques, 22 november 2006

Rapport van de Commission nationale d’enquête sur les déchets toxiques, 19 februari 2007

Zaken die Leigh Day & Co tussen 2006 en 2009 heeft ingediend met betrekking tot het incident zijn in het hooggerechtshof in Londen onderzocht. Voordat de vorderingen uiteindelijk werden geschikt, werden er zeer gedetailleerde rapporten opgesteld als forensisch bewijsmateriaal met betrekking tot individuele gevallen die representatief werden geacht voor de 29.614 claimanten. Deze door de partijen overeengekomen verklaring werd onderschreven door de behandelend rechter, de edelachtbare MacDuff.

Documenten:

Overeengekomen gezamenlijke verklaring, 19 september 2009

Uittreksel van de verklaringen van edelachtbare MacDuff, 23 september 2009

Officiële letterlijke weergave van hetgeen gezegd is tijdens de zitting onder leiding van rechter MacDuff, 23 september 2009

In Nederland leidden de strafrechtelijke aanklachten tegen Trafigura tussen 2006 en 2010 tot uitgebreid onderzoek naar de rechtmatigheid van het gedrag van Trafigura met betrekking tot haar kennis van de aard van de slops en het besluit om deze te exporteren buiten de Europese Unie. Het rapport van het NFI is onderdeel van dit onderzoek.

Documenten:

Verklaring van de Nederlandse openbare aanklager, 16 november 2012

Verklaring van Trafigura met betrekking tot de schikking, 16 november 2012

Later, toen de autoriteiten in het Verenigd Koninkrijk en Nederland, waaronder de Nederlandse openbare aanklager, onder druk werden gezet om de rol van Trafigura in de storting van de slops in Ivoorkust verder te onderzoeken, zagen de autoriteiten onvoldoende reden om verder onderzoek te rechtvaardigen. In april 2011, na 18 maanden onderzoek, verwierp het Nederlandse gerechtshof de klacht van Greenpeace Nederland tegen de beslissing van de openbare aanklager om Trafigura niet te vervolgen voor de vermeende illegale storting in Ivoorkust. In maart 2014 stuurde Amnesty International op haar beurt een gedetailleerd juridisch document aan de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk waarin zij pleitte voor verder onderzoek, maar ook hier werd de zaak niet beschouwd als een zaak van algemeen belang; tegelijkertijd werd een eerste poging om in Nederland een collectieve actie in te dienen door de Nederlandse rechter afgewezen met als reden dat, onder andere, de vordering ‘volledig onnodig of ongerechtvaardigd’ was.

Documenten:

Uitspraak Hof Den Haag op het verzoek van Greenpeace, Den Haag, 12 april 2011

Beslissingen van de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk op het verzoek van Amnesty International, 9 januari 2015

Vonnis Stichting UVDTAB versus Trafigura en anderen, 10 juli 2014

Sinds februari 2015 ligt het incident ter beoordeling voor bij de rechtbank van Amsterdam, omdat er twee nieuwe collectieve acties zijn ingediend namens Ivoriaanse claimanten.

7. WAT HIELD DE SCHIKKING TUSSEN TRAFIGURA EN DE REPUBLIEK IVOORKUST IN?

Op 13 februari 2007 bereikte Trafigura overeenstemming met de regering van Ivoorkust, handelend in haar naam en in naam van alle slachtoffers van het giftige afval, om alle huidige of toekomstige rechtszaken af te handelen.

Uit hoofde van deze overeenkomst betaalde Trafigura USD 198 miljoen aan de Staat als compensatie voor de door de Staat geleden schade en tevens als compensatie voor de slachtoffers en de volledige sanering van de stortingslocaties. Op haar beurt verbond de Republiek Ivoorkust zich ertoe om Trafigura te vrijwaren van alle vorderingen die voortvloeien uit de gebeurtenissen en alle passende maatregelen te nemen om schadevergoeding aan de slachtoffers garanderen.

Deze overeenkomst is een schikking en is bindend.

Het gevolg hiervan is dat Ivoorkust de sanering van de stortingslocaties heeft voltooid en een compensatieplan heeft geïmplementeerd dat in de landelijke dagbladen bekend werd gemaakt teneinde alle slachtoffers in staat te stellen zich te registreren en compensatie te ontvangen.

Documenten:

Ministeriële beschikkingen, 22 februari 2007 N54

Ministeriële beschikkingen, 22 februari 2007 N56

Ministeriële beschikkingen, 22 februari 2007 N54, N55, N56

Officiële bekendmaking van de president van de Republiek Ivoorkust met betrekking tot de schikking, 21 juni 2007

Edities van Fraternité Matin (krant), juli 2007

8. ZIJN ALLE ‘SLACHTOFFERS’ GECOMPENSEERD?

Het exacte aantal ‘slachtoffers’ is onduidelijk. Hoewel de Ivoriaanse ziekenhuizen in de nasleep van de storting 108.000 medische bezoeken hebben geregistreerd, zijn er in Abidjan tientallen verenigingen ontstaan die elk beweren duizenden ‘slachtoffers’ te vertegenwoordigen, vaak zonder dit te kunnen onderbouwen. Deze verenigingen zijn tot op de dag van vandaag actief.

Trafigura begrijpt echter dat een deel van het geld dat als compensatie betaald is de beoogde begunstigden niet heeft bereikt en/of is verduisterd.

Op 19 augustus 2009 werd het compensatieproces van de Ivoriaanse overheid officieel geschorst vanwege grootschalige identiteitsfraude en een probleem met de identificatie in de betalingsdocumenten. Volgens een melding op een website van de regering op 28 oktober 2008, hebben 63% van de geïdentificeerde ‘slachtoffers’ en bijna 100% van hen die economisch verlies hebben geleden betalingen ontvangen.

Wat betreft de GBP 30 miljoen die in de Engelse procedure werd uitbetaald aan Leigh Day & Co werd vastgesteld dat er per 1 mei 2011 ongeveer GBP 6 miljoen in Ivoorkust was verduisterd. Op 13 januari 2015 veroordeelde de Ivoriaanse rechter de mensen die verantwoordelijk waren voor de uitkering van de schadevergoeding tot 20 jaar gevangenisstraf, terwijl op 16 juni 2016 in het Verenigd Koninkrijk werd geoordeeld dat Leigh Day & Co aansprakelijk zijn voor contractbreuk en het niet nakomen van haar zorgplicht jegens de Ivoriaanse claimanten.

Documenten:

De website met informatie van de Cellule présidentielle, september 2006 - september 2007

Bevel van Rechter MacDuff, 4 november 2009

Strafrechtelijk vonnis, Rechtbank van Abidjan, Openbare aanklager versus Claude Gohourou, Cheick Koné Oumar en anderen, 13 januari 2015

Verklaring van een groep speciale VN-rapporteurs, 17 augustus 2016

Civiel vonnis, Agouman versus Leigh Day & Co, 16 juni 2016

9. WIE ZIJN DE VERENIGINGEN EN STICHTINGEN (CLAIMORGANISATIES) DIE TRAFIGURA IN AMSTERDAM AANKLAGEN?

Twee van de Ivoriaanse verenigingen die zijn opgericht na de storting van de slops in Abidjan hebben bij de Nederlandse rechter vorderingen tegen Trafigura ingesteld. Beide beweren meer dan 100.000 personen te vertegenwoordigen die zich hebben ingeschreven tegen voorafgaande vergoeding en tegen afdracht van een percentage van het verwachte bedrag aan schadevergoeding (tot 30%) dat in geval van succes aan de verenigingen zal worden uitgekeerd.

Voor deze procedure heeft elk van hen een Nederlandse rechtspersoon (Stichting) opgericht, respectievelijk de Stichting Union des Victimes des Déchets Toxiques d’Abidjan et Banlieues (UVDTAB) en de Stichting Victimes des Déchets Toxiques Côte d’Ivoire (VDTCI).

Stichting UVDTAB heeft haar vordering op 16 februari 2015 ingediend. Zij beweert 110.937 mensen te vertegenwoordigen en eiste aanvankelijk een compensatie van ongeveer EUR 277 miljoen. Op 10 mei 2016 heeft Trafigura, in verband met een vermoede fraude betreffende de beweerdelijke slachtoffersdossiers, een aanklacht ingediend tegen de Stichting wegens valsheid in geschrifte, het bezit van valse documenten, het gebruik van valse medische verklaringen en andere documenten, poging tot fraude en deelneming aan een criminele organisatie.

Documenten:

Ontvangstbevestiging van de aanklacht van het Nederlands openbaar ministerie, 12 mei 2016

Stichting VDTCI heeft op haar beurt op 11 januari 2016 Trafigura gedaagd uit naam van 110.865 claimanten, maar zij geeft geen volledige duidelijkheid over de personen of belangen die ze representeert.

 

10. HOE WERKT HET NEDERLANDSE SYSTEEM VOOR COLLECTIEF VERHAAL?

In Nederland worden collectieve acties gestart door speciale vehikels (stichtingen), die bedoeld zijn om bepaalde gezamenlijke belangen van een groep mensen te verdedigen door middel van één collectieve vordering. Stichtingen hoeven niet te laten zien voor welke individuen zij optreden, zij zijn niet aangesteld door een rechtbank en hoeven niet aan te tonen dat zij zelf benadeeld worden door de gedaagde partij. Zij dienen echter aan te tonen dat zij de belangen van de personen met een vorderingsrecht voor wie zij opkomen, ‘voldoende waarborgen’.

Een stichting mag geen schadevergoeding vorderen - ze kan enkel een verklaring voor recht vorderen waarin de andere partij aansprakelijk wordt gehouden. Iedere claimant moet daarop een individuele vordering indienen en in rechte aantonen dat hij of zij schade heeft geleden als gevolg van het gedrag van de aansprakelijke partij.

Het Nederlandse systeem voor collectief verhaal, dat volgens de experts een van de meest liberale systemen in Europa is, is momenteel onderwerp van publieke discussie in Nederland.

Het land van vestiging van de personen wier belangen vermoedelijk vertegenwoordigd worden door de stichting, is opmerkelijk genoeg niet doorslaggevend en de Nederlandse rechter heeft in het verleden vorderingen toegewezen die door een meerderheid van buitenlandse claimanten zijn ingesteld. De rechtszaak kan ook worden gefinancierd door derden, waarbij een derde partij die niet betrokken is in het geschil ermee akkoord gaat de eigen juridische kosten van de rechtzoekende of de kostenveroordeling die tegen hem wordt uitgesproken, te financieren of te verzekeren in ruil voor een deel van de toegewezen schadevergoeding (tot 3 maal het geïnvesteerde bedrag) of een premie.

Met het oog op het voorkomen van misbruik door stichtingen is een ‘Claimcode’ opgesteld. Deze stelt eisen aan goed bestuur, financieel beheer en controle van dit type stichtingen. Uit recent wetenschappelijk onderzoek blijkt echter dat een meerderheid van de stichtingen niet voldoet aan deze eisen.

Meer over collectief verhaal:

Nederlandse Claimcode

Overzicht van civiele proceskosten: Eindrapport, R. Jackson, december 2009

11. WAT HOUDT DE BESLISSING TEGEN UVDTAB IN?

Op 30 november 2016 heeft de rechtbank Amsterdam de frauduleuze aard van de door Stichting UVDTAB ingediende vordering bevestigd en Stichting UVDTAB niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering omdat zij niet voldeed aan de Nederlandse Claimcode.

Gelet op het feit dat de Nederlandse wetgever ernaar streeft te “voorkomen dat organisaties het collectief actierecht gebruiken voor eigen commerciële doelstellingen”, heeft de rechtbank gewezen op de talrijke onregelmatigheden in het dossier, waaronder de gebrekkige governance, het gebrek aan betrouwbare mandaten en de geantedateerde documenten. De rechtbank heeft derhalve Trafigura's stelling gevolgd dat dit "twijfel doet rijzen over de integriteit van de Stichting en haar voorzitter."

In het bijzonder wijst de rechtbank erop dat de deelnemers zich “ertoe hebben verbonden om inschrijfgeld én kosten [...] te betalen en dat zij ermee instemmen dat 30 procent van een uiteindelijk door Trafigura te betalen schadebedrag zal worden ingehouden door de Vereniging [en dat dit] niet goed te rijmen [is] met het in [haar statuten en de Claimcode] opgenomen principe dat de rechtspersoon geen winstoogmerk heeft.”

Document:

Vonnis inzake Stichting UVDTAB v Trafigura (II), 30 November 2016

12. IS ER SPRAKE VAN ENIGE RESTERENDE VERONTREINIGING VANWEGE DE PROBO KOALA-SLOPS IN ABIDJAN?

Op 14 juli 2016 maakte het VN-Milieuprogramma (UNEP) bekend dat zij nieuw onderzoek uitvoerde naar de betrokken sites waar slops zijn achtergelaten.

 

Overeenkomstig de in de UNEP-beleidslijnen uiteengezette beginselen van transparantie en verantwoording heeft Trafigura sindsdien onophoudelijk geprobeerd om contact te krijgen met UNEP om de methodologie van dit onderzoek te begrijpen en UNEP het wetenschappelijk materiaal te verstrekken dat gedurende de laatste 10 jaar door Ivoriaanse, Franse, Nederlandse en Engelse experts is samengesteld. Tot op heden heeft UNEP die uitnodigingen onbeantwoord gelaten.

Daarom is het internationale milieuadviesbureau Ramboll Environ ingeschakeld om de mogelijkheid van restverontreiniging vanwege de slops op onafhankelijke wijze te beoordelen.

Ramboll Environ komt tot de conclusie "in 2016, 10 jaar na het achterlaten van de slops en het saneren van de sites, zijn er geen resterende verontreinigingen vanwege de slops aanwezig in concentraties die schade zou kunnen toebrengen aan de menselijke gezondheid". Dit rapport is sinds 6 december 2016 online beschikbaar.

Documenten:

UNEP Persbericht, 14 Juli 2016

Volledige correspondentie met UNEP, 18 augustus 2016 - 26 januari 2018

Managementsamenvatting van het Ramboll Environ rapport van 6 December 2016

13. NEDERLANDS HOF DOET UITSPRAAK IN DE VOORFASE VAN DE PROCEDURE VAN DE STICHTING VDTCI

Op 18 april 2018 heeft de rechtbank Amsterdam, na nauwkeurig onderzoek naar de complexiteit, onzekerheden en onduidelijkheden van de lokale situatie in Ivoorkust en de voorgeschiedenis van de claim, geconcludeerd  dat de  Stichting VDTCI (NL) niet-ontvankelijk is in haar collectieve actie tegen Trafigura, omdat zij de belangen van de achterban die zij zegt te vertegenwoordigen niet kan waarborgen en omdat het onwaarschijnlijk is dat de procedure een efficiënte en effectieve rechtsbescherming zal bevorderen.

Na een hoger beroep ingesteld door de Stichting heeft het Gerechtshof te Amsterdam op 14 april 2020 het vonnis van de rechtbank vernietigd, maar heeft het Trafigura tevens verlof verleend om tegen die uitspraak cassatie beroep in te stellen bij de Hoge Raad.

Trafigura overweegt nu om cassatieberoep in te stellen. De uitspraak van het hof heeft betrekking op de ontvankelijkheid van de claim van de Stichting. Geen van de verwijten van de Stichting is inhoudelijk behandeld.

Een groot aantal van de door Trafigura aangevoerde argumenten die de rechtbank in deze fase wel, en het hof niet in overweging heeft genomen bij de beoordeling van de ontvankelijkheid, dient nu te worden betrokken bij de beoordeling door het hof van de gegrondheid  van de vordering van de Stichting.

ALLEEN VOOR JOURNALISTEN

Trafigura contact voor de media

+31 (0) 20 404 707 of: +31 (0) 6 21 53 12 33
of medianl@trafigura.com